Andere projecten van Timelab

Remodeling Common Ground

Traditionele volkeren in Samoa bouwen hun kano’s aan de hand van een overgeleverd lied, dat het bouwproces beschrijft. Ze vellen de boom; verwijderen de takken van de stam; halen de bast weg; hollen het binnenste uit; snijden de buitenvorm van de romp; vormen de boeg en de achtersteven; snijden decoraties uit op de boeg… Elke kano gemaakt volgens dit proces is anders; ze zijn allemaal mooi op hun manier, omdat het proces zo licht, zo eenvoudig, zo direct is. Er wordt geen tijd verloren aan vragen zoals: welk soort kano we zullen bouwen, welke vorm de romp moet krijgen, of er stoeltjes in moeten plaatsen – al deze beslissingen zijn al genomen – zodat alle energie en alle gevoel van de makers besteed wordt aan het specifieke karakter van precies deze kano.

De belichaming van het geheugen

Wat zorgt ervoor dat een herinnering tot leven komt? Hoe dragen we kennis over in de tijd en op een andere manier dan in theorie of taal? Wat kunnen we van de tribale volkeren leren? In een tijdsbestek van 10 jaar zijn er veel co-creatie projecten opgezet. Sommigen waren zeer succesvol, anderen waren van zeer korte duur of werden geconfronteerd met interpersoonlijke problemen, onduidelijke processen of veranderende doelen. Het project Adem (ik-adem.be) was een van de acupunctuur momenten in de ontwikkeling van de co-creatie methodiek waarbij meer dan 20 mensen bezig waren met het maken van een toestel om de kwaliteit van de lucht tijdens een fietstocht te meten. Er was geen budget, geen strikte deadlines, maar een zeer rigide coaching van de groep in het incrementele ontwerp van het apparaat, de werkplaats, de handleiding en de campagne.
 

Het project Calabaaz toonde aan hoe belangrijk de begeleiding en het doel zijn voor een groep makers om zich intrinsiek gemotiveerd te voelen om samen te werken.



Het vorige succesverhaal van Calabaaz, een zonnelamp voor Togo, toonde aan hoe belangrijk de begeleiding en het doel zijn voor een groep makers om zich intrinsiek gemotiveerd te voelen om samen te werken. Door de jaren heen is de kennis van Timelab op een zeer organische manier gegroeid. In 2017, tijdens de start van de sprinters, het experiment met NEST en de samenwerking in het commons-transitieplan van Gent, kwam de behoefte aan een formele gemeenschappelijke basis rond praktisch leren naar voren en leidde dit tot de oprichting van de School of Commons. Geïnspireerd door de patroontaal van Christopher Alexander en beïnvloed door vele andere denkers over modellen en principes voor commons, ontstond de eerste reeks patronen voor de School of Commons. Als observaties van aspecten en perspectieven die we willen heroverwegen, gecombineerd met praktische voorstellen voor manieren om het veranderingsproces te beïnvloeden, werden de patronen de ruggengraat van een trainingsprogramma en later een bordspel. Naast het gebruik van het bordspel in participatieve processen in onze eigen projecten en voor anderen, bieden we ook een coaching programma aan om je eigen spel te maken, met je eigen echte cases en tools.


Ontdekken van gedeelde ervaringen overheen tijd en ruimte

Door meerdere iteraties op verschillende plaatsen te organiseren, met behulp van de methodes van School of Commons, ontwikkelen we een taal om ervaringen te delen en op een praktische manier collectieve kennis op te bouwen, gebaseerd op experimenten, debat en publicaties.

Reclaiming Ownership

Je kunt ook besluiten om de deur niet open te doen, of je gaat naar buiten en verwelkomt alles wat je leert. 

Een groeiend bewustzijn 

Hoe groter en diverser de gemeenschap wordt, hoe meer je je bewust wordt van de noodzaak om de ongehoorde stemmen in acht te nemen, de autonomie van de groep te definiëren en macht te verdelen. Dit is een bewustzijn dat exponentieel groeide toen burgerparticipatie projecten steeds vaker op het programma stonden. En misschien meer specifiek: wat is de verantwoordingsplicht van de organisatie die de co-creatie faciliteert? Welke taal gebruiken we? Welke vragen stellen we? Welke verwachtingen hebben we? Waar voelen we weerstand? Hoe omarmen we het anders zijn en ontwrichting? We hebben het op de harde manier geleerd. Je kunt ook besluiten om de deur niet open te doen, of je gaat naar buiten en verwelkomt alles wat je leert. Als organisatie die deel uitmaakt van de kunstenscène in Vlaanderen en daarbuiten - maar eerlijk gezegd denk ik niet dat dit anders is dan enig ander bedrijf of organisatie die deel uitmaakt van het neoliberale paradigma - moeten we rekening houden met imago, positionering, netwerk, waarde en zogenaamde macht van wat wij beschouwen als een onvoorwaardelijke positie van de zwakken ten opzichte van de rijken (de markt).

 

Bovenal hebben we afgeleerd, afgeleerd en afgeleerd, om onze mentaliteit, gewoonte door gewoonte, te veranderen, de tijd te nemen en na te denken in de veilige omgeving van vertrouwen en geloof in elkaar.

Het ontwikkelen van een blauwdruk van een andere organisatie

Je voelt je verbonden met activisme, progressieve ideeën, verandering, beweging, strijd, geloof, maar je vindt niet de sleutel om contact te maken met mensen die leven met de ongelijkheid waartegen je vecht. Onderweg ontdek je een diepgaande reorganisatie van je eigen perspectief en mindset. Daar begon het proces van het ontwikkelen van een blauwdruk van een andere organisatie. Gaandeweg lijken de obstakels te groeien in plaats van te verdwijnen. We werden ons steeds meer bewust van onze vooroordelen en het rigide systeem dat verandering lijkt te voorkomen. We leerden over bewegingen, het delen van eigendom, het versterken van mensen. We doken in het beoefenen van Holacracy, Sociocracy, Deep Democracy en de vele tools die daarbij horen. We bestudeerden commons vanuit een historisch, antropologisch en stedelijk perspectief. We voelden de toenemende emoties bij het experimenteren met een gemeenschappelijk budget en de private toewijzing van middelen aan kunstenaars en makers. We zagen de machtsverschuiving in groepen die niet gereguleerd waren. We leerden deze spanningen te omarmen en ze te gebruiken als brandstof voor verandering. We ontdekten dat ‘goede ideeën’ geen goed startpunt zijn voor creatie, maar deze spanningen wel. We hebben geoefend als coach, met als doel om obstakels weg te nemen die mensen verhinderen aan hun macht te komen. We introduceerden gedistribueerd beheer en de kracht van de grondwet en rituelen van een organisatie. Bovenal hebben we afgeleerd, afgeleerd en afgeleerd, om onze mentaliteit, gewoonte door gewoonte, te veranderen, de tijd te nemen en na te denken in de veilige omgeving van vertrouwen en geloof in elkaar. Een ruimte die echt is en de verandering stimuleert door belichaming en het bewust worden van onze gewoonten.

Een nieuw experiment

In 2021 richten we ons op het vastleggen van deze gewoontes in de organisatie, in een open dialoog met de sprintersgroep van kunstenaars. Vanaf 2022 starten we met een nieuw experiment, waarbij we een parallelle nieuwe cirkel met artiesten opzetten en een programma van coaching en peer learning door het team.

Redefining Cultural Space

 
In juni 2009 kwamen vier oprichters samen in een voormalige snoepfabriek in het stadscentrum om het eerste fablab in België op te zetten. Time Festival, een nomadische organisatie sinds 1989, transformeerde drastisch in Timelab door een makerspace te installeren voor meer dan 100 lokale makers en een reeks internationale artiesten in residentie. Hier begon onze pleidooi voor onafhankelijke culturele ruimte.

Wrijving en activisme in de openbare ruimte

Ook al wisten we toen nog niet dat het meer dan 10 jaar zou duren om een ​​autonome ruimte te bouwen, het was een uitdagende reis om de balans te vinden tussen onze kernwerking als kunstenorganisatie en de dagelijkse behoefte aan ruimte waarbij veel obstakels op de loer lagen. Al snel werd duidelijk dat we niet alleen de grenzen van de gedeelde ruimte verlegden, maar ook de grenzen van de de organisatie zelf en het werkmodel. Het bezitten / claimen / hervormen van openbare, civiele en maatschappelijke ruimte vormde het debat om tot een tastbare arena. Tijd, ruimte en reflectie voor een samenleving in beweging werd onze missie. Tussen 2009 en 2013 verkenden we de openbare ruimte door middel van een reeks Bootcamps met internationale artiesten die de stad heroverden. 2014 was een keerpunt waar Niets is Verloren het jaarthema werd en waarin 7 co-gecreëerde projecten werden opgezet als prototype voor het vrijmaken van middelen in het publieke domein. Een voorbeeld is de productie op basis van openbaar beschikbare, ongewenste biologische bronnen, zoals gin van Japanse duizendknoop en stoofpot van Canadese ganzen.


Materialisatie van ruimte en mede-eigenaarschap

Niet veel later vormde een reeks debatten over ruimte (Spatial Series) het uitgangspunt van het project genaamd 33 years of space, met de nadruk op de vraag naar flexibiliteit van bouwen en bewustwording voor volgende generaties. Hoewel dit project gefocust was op materialen en architectuur, werd al snel duidelijk dat we een strategie nodig hadden waarbij eigenaren en gebruikers van de ruimte betrokken zijn. Beïnvloed door de theoretische heropleving van de commons, was NEST, een nieuw opgericht project van tijdelijke invulling, een voorbeeld van co-governance en het creëren van culturele ruimte zonder een top-down programma. NEST was een enorm succes en een krachtige ervaring voor meer dan 150 initiatieven die betrokken waren bij het opzetten van duizenden activiteiten in het voormalige bibliotheekgebouw van 6000 m² in het stadscentrum van Gent. Niet alleen als culturele vrije ruimte, maar ook als broedplaats voor impactvolle startups, genereerde dit project in 1 jaar tijd meer dan 50 nieuwe initiatieven en bedrijven.


Inclusieve ruimte

Al snel rees de vraag hoe je een ruimte als deze inclusiever kon maken. RSL op POST was onze volgende uitdaging. Hier ging de stad Roeselare een 3-jarige samenwerking aan met Timelab om een ​​gedeelde ruimte te coachen en te co-creëren waar kwetsbare mensen zich welkom konden voelen en mede-eigenaar van de ruimte konden zijn. Deze ervaring was hartverwarmend. We zijn zo dankbaar dat we deze kans hebben gehad, die we gaandeweg met ons meedragen om Timelab om te vormen tot een autonome culturele ruimte in de stad Gent.
 

Wij zijn van mening dat de nieuwe ruimte vraagtekens moet blijven zetten bij en voorbeelden moet blijven tonen van mogelijke systemische veranderingen en wij geloven dat alle betrokkenen moeten blijven dromen over hoe de kracht van culturele ruimte opnieuw gedefinieerd kan worden.


Vier fases voor het bouwen van flexibele ruimte

Bij het ontwerpen van het nieuwe gebouw van Timelab hebben we 4 ontwikkelingsfases uiteengezet, afhankelijk van de duur van de impact van de genomen beslissingen. Deze oefening maakte duidelijk dat de omgeving het meest prominent is en de functie eigenlijk het laatste aspect waarmee rekening moet worden gehouden. Na 2 jaar werken in de buurt onder de naam De Schuur volgde de structurele renovatie, technieken en tenslotte de functie. Het resultaat is een ruimte die functioneel verbonden is met de buurt en een rol speelt in de transitie van de buurt, niet alleen door middel van een cultureel programma, maar door echte relaties.

In de afgelopen 10 jaar is Timelab uitgegroeid van een activistische benadering in het terugwinnen van de openbare ruimte tot een aanbieder van ruimte die de gebruiker en bezoeker bewust maakt van de manier waarop we naar stedenbouw en architectuur kijken. In 2021 begint de volgende reis in het onderzoek naar hoe we in een elastische ruimte met gemeenschappelijke middelen en zonder binnenmuren kunnen samenwerken en -leven. Partners op deze reis zijn A2O architecten, Common Room, Bouwmeester Team. Wij zijn van mening dat de nieuwe ruimte vraagtekens moet blijven zetten bij en voorbeelden moet blijven tonen van mogelijke systemische veranderingen en wij geloven dat alle betrokkenen moeten blijven dromen over hoe de kracht van culturele ruimte opnieuw gedefinieerd kan worden.

Reinforcing Practical Learning

De industriele geschiedenis herbergt een schat aan onontgonnen technische kennis. Door de digitalisering is deze vaak onbeschikbaar voor nieuwe makers. Leren overheen generaties gebeurt van mens tot mens in een leerling meesterschap, maar kan ook gaan over het zichtbaar maken van oude technieken door ze simpelweg te gebruiken in een uitgepuurde vorm en als bron voor jonge designers. Helena De Smet is begeesterd door de schoonheid van oude eenvoudige textiel technieken en maakt deze beschikbaar aan de hand van onderzoek, workshops en praktijken. Ze gebruikt hiervoor het makerslab en digitale prototyping machines om de tools en technieken na te maken beschikbaar en reproduceerbaar te maken. Er is een sterke link met het team van Repairable Machines, maar als ontwerper, kunstenaar en docent legt Helena de nadruk op de overdracht van kennis op een praktische manier. 
 

Een nieuwe leeromgeving

Hier zijn we, bewust ongeschoold, bewust van het feit dat we moeten leren. Zelfs als het ongemakkelijk aanvoelt.

De dominante benadering van leren in de westerse samenleving is gebaseerd op kennis en intellectuele arbeid. Al doende leren, beroepsopleiding en niet-formeel leren worden als minder 'prestige' ervaren. Hoewel veel mensen de kracht van ervaring erkennen in het dagelijkse leven, wordt handenarbeid ondergewaardeerd op kennis arbeid. Door in 2010 een onafhankelijke makerspace op te zetten werd duidelijk hoe deze omgevingen kunnen bijdragen aan ieders leerervaring. Niet ingebed zijn in het onderwijssysteem was de kracht en tegelijkertijd de last van alle ruimtes die we omschrijven als een makerspace, fablab en hackerspace. Samen met een internationaal netwerk van onderwijzers, professionals in technische omgevingen en beleidsmakers zijn we begonnen met het opstellen van het beoordelingskader, modaliteiten, kenmerken en interacties die formeel leren stimuleren in een open en toegankelijke omgeving.


Het perfecte recept

En nee, we waren niet alleen. Meermaals zochten studenten, onderzoekers, lab-eigenaren en initiatiefnemers van toekomstige labs de baanbrekende labs op om het recept van de community-based makerspace te begrijpen. Velen van hen zijn begonnen met het opstellen van de schets op basis van toegankelijke machines, regels en doelgroepen.
Hela, het neerpennen van de principes stopte na de praktische installatie van de harde infrastructuur, het definiëren van een doelgroep, het definiëren van een dienst. Maar hoe zit het met echte connecties tussen mensen? Hoe zit het met wederkerigheid, wederzijdse bewondering, deel uitmaken van een gemeenschap en je veilig voelen op weg naar het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden? Dus wat is het dan dat het ‘werkt’?
 

als je het niet kunt openen, ben je niet de eigenaar


Een echte familie, die bijeen blijft

Jarenlang bestond onze makers community uit meer dan 100 betalende leden, maar we hadden bijna nooit het gevoel dat we niet genoeg machines hadden. Op een gemiddelde woensdagavond kwamen meer dan 20 mensen bijeen, bijna allemaal zonder deadlines of concrete plannen, maar met zoveel te bieden. Wat ze wilden, was bij de groep horen, samen projecten bouwen. Projecten die vooral uitzonderlijk, innovatief en eigendom van hen waren. Een apparaat om de luchtkwaliteit op je fiets te meten, een solarlamp voor TOGO, een recyclebot die 3D-geprint afval omzet in filament waren projecten onder leiding van het Timelab-team, maar er waren nog veel meer bevredigende samenwerkingen tussen de makers. Het profiel van deze groep was +40 blanke mannen, met een technische opleiding, met de behoefte om hun creativiteit de vrije loop te laten en bij te dragen aan de wereld. We werkten in een omgeving met een sterke no-nonsense instelling. We ontdekten hoe krachtig het was om kennis te hebben over hoe dingen werken, hoe de wereld werkt. Ja, zo was het. Citaten als: ‘als je het niet kunt openen, ben je niet de eigenaar’ en ‘er is altijd een oplossing’, werden onderdeel van het mentale DNA van de organisatie. Lionel, Fernand, Kris, Lieven B, Kurt, Koen, Jeffrey, Jan, Lieven S, je weet waar we het hier over hebben. Jullie erfenis leeft nog steeds.

En er was Midas. Hij was nog geen 14 toen zijn moeder ons belde om te vragen of hij lid kon worden van onze makersgemeenschap, want hij verveelde zich op school. Hij was wanhopig op zoek naar tutorials en communities die hem konden helpen bij het bouwen van zijn Arduino-vliegtuig. Binnen de kortste keren werd hij een deel van de familie. Hij werd bekrachtigd, gecoacht en gestimuleerd door de anderen. Tegenwoordig is hij afgestudeerd aan de aerodynamica van de TU Delft, een van de jongste ooit. Midas had geluk. Hij had ouders die hem elke woensdagavond naar Timelab konden brengen. Hij had de mogelijkheid om te kiezen. Wat als we meer Midassen konden vinden met minder privileges? We zagen hoe kwetsbare mensen hun professionele en sociale leven een vliegende start konden geven door te leren in een makerslab. We onderzochten de rol van de coach in sport en cultuur, gamification van het ontwikkelen van vaardigheden, beoordelingsinstrumenten en veel luisteren naar individuele verhalen, persoonlijke doelen en percepties van de kracht van de maker-omgeving.


Levenslang leren

Met de steun van de Europese financiering van Leonardo Da Vinci voor beroepsonderwijs (tegenwoordig: Erasmus +), hebben we een beoordelingsinstrument voor leerlingen ontwikkeld in het concept van het project Formalab. Later hebben we het in verschillende landen en binnen verschillende contexten en groepen in het voortgaande project Declic’in getest. Met het project Sports 4 Everyone ontwikkelde een groep makers, onder leiding van kunstenaar Zeljko Blace, een methodiek voor debat over inclusie in sport. Door een voetbaltafel in een diversiteitstafel te transformeren, leren de makers over verschillende aspecten van individualiteit en ontwerpen ze hun eigen beeldje voor op de tafel. Het eindresultaat is een tafel voor hun clubhuis of ontmoetingsplaats. Toegevoegd aan de hands-on workshop was een workshop over queering-sporten en het uiten van het ongehoorde.


Met ondersteuning van Erasmus + is er weer een iteratie aan de stream toegevoegd: Makerspace for Inclusion (M4I). Samen met partners Digijeunes (FR), Horizonlab (IT), Transit Projectes (SP) en NOD Makerspace (RO) hebben we ons opnieuw geëngageerd om de makerspace-omgeving te promoten als middel om de sociale inclusie van jongeren te bevorderen. De resultaten van het project zijn een methodologie voor educatieve maker-activiteiten, een reeks maker-workshops en bijbehorende instructables, een videoserie om een ​​inclusieve makerspace op te zetten en een beoordelingsinstrument voor de validatie en erkenning van vaardigheden die zijn verworven in een makerspace-omgeving. Proud to be made van Helena De Smet, Sport for Everyone van Z.Blace en Hyperlocal Radio van Cliona Harney waren de bijdragen van de Timelab kunstenaars aan de resem instructables voor Makerspace for inclusion en zijn nog steeds als open handleidingen beschikbaar in ons Makerslab. 
 

Repairable Machines

Een groep makers bouwt, herstelt en deelt machines voor prototyping. De machines maken deel uit van het makerslab van Timelab, maar de bouw- en gebruikshandleidingen zijn vrij beschikbaar en zullen weldra hieronder te downloaden zijn. Het team vezamelt in de vrije uren en weekends en bouwt momenteel aan een vacuformer. Wil je graag meebouwen? mail filip@timelab.org
 

If you can't open it, you don't own it 


Het is een bijna vervlogen stelregel uit de hackers beweging, maar niets is minder actueel. Product 'eigenaarschap' verschuift naar product 'dienstverlening'. Philips verkoopt geen lampen, maar licht. In dezelfde marketingstrategie gingen de voorbije jaren tal van bedrijven transformeren van product naar dienst. Deze strategie heeft als doel minder materialen en objecten te laten verloren gaan op zolders, kelders en garages en wordt dus toegejuigd door klimaatplanschrijvers. De keerzijde is echter dat dit ook heeft geleid tot de doorgedreven vermarkting en meer sociale ongelijkheid. Dure dienstverlening en afhankelijkheid van onderhoud en toegang levert niet alleen luxeproducten, maar maakt meer en meer dagdagelijkse producten exclusief voor zij die de toegang kunnen betalen. De open hardware community bekijkt het helemaal anders. Machines die modulair, aanpasbaar en low cost zijn, zijn én duurzaam én autonoom. Jesse Howard toonde met Hacking Households (link) dat dit principe zelfs mogelijk is voor ordinaire dagelijkse objecten zoals een toaster, een bureaulamp of radio. Kurt Van Houtte en Lieven Standaert bouwde een open source freesmachine (link), maar ook steeds meer commerciële successen zijn gebouwd op open hardware. De meest gekende zijn Ultimaker en Arduino

Het belang van toegang en vrijheid in het toe-eigenen van materiaal is cruciaal voor de toegankelijk maken van technologische innovatie die vandaag veelal geassocieerd wordt met  een elite groep in een gecontroleerde en gesloten labomgeving. Met andere woorden: leidt het wegwerken van obstakels in de toe-eigening van producten tot meer eigenaarschap, inspraak en betrokkenheid van de gebruiker? 
 

Open hardware als bijdrage aan een sterkere democratie. 

Ron Eglash (°1958, cybernetica, prof Michigan University) gelooft van wel. Hij omschrijft in  Appropriating Technology: Vernacular Science and Social Power (2004) drie barrieres in de popularisering van technologie:

- de reputatie van technologie als het artificiele vernietigen van het natuurlijke en dus een bedreiging voor de mens.

- het afschermen van technologie als enkel voor experten en passieve consumptie door de massa. Het opgesloten houden van zelfs ongebruikte expertise in kennisinstellingen.

- ontwerpen waarbij in het ontwerp bepaalde gebruiken of gedragingen gelimiteerd worden, bijvoorbeeld omwille van concurrentiele redenen. Denk aan de telefoonlader kabel, operation systems die bepaalde applicaties verhinderen etc.


Eglash omschrijft echter ook op treffende wijze de manier waarop oneigenlijk gebruik of beter: toe-eigenen van producten zich in drie manieren toont:


1. Herinterpretatie is de aanpassing waarbij het verhaal achter de toepassing herschreven wordt. Graffiti als daad van schending van publiek domein naar een kunstvorm in de huiskamer van de upper class. 

 

2. Adaptatie waarbij een bestaand product anders wordt gebruikt. Eglash meldt het sprekende verhaal van de Bedouin gemarginaliseerde gemeenschap in Marokko die gebruik maakte van cassette tapes voor het luisteren naar muziek en zo ontdekte dat ze deze ook konden gebruiken voor opnames. Op deze manier kwamen de Bedouin gezangen onder de aandacht buiten de woestijn en de opkomst van Bedouin popstars. Adaptatie vraagt 2 premisses: flexibiliteit van de technologie én 'schending' van het eigenlijk gebruik door de gebruiker. Het inbouwen van mogelijks ander gebruik door de designer is niet voldoende om van adaptatie te spreken. 


"The creativity required to look beyond the assumed functions of the technology and see new possibilities is a powerful force for social change, yet one that receives insufficient theoretical attention." - Ron Eglash


3. Heruitvinding : hier wordt zowel semantiek, structuur als gebruik aangepast. Bij adaptatie wordt een niet benutte functie gebruikt, bij heruitvinding worden nieuwe functies gecreeerd door structurele aanpassingen. Een goed voorbeeld zijn de 'low riders' auto's waarbij de bestaande vering van een wagen wordt 'bediend' en zo de wagen gecontroleerd in 4 richtingen kan tillen. Het was een kleine groep latino carrosiers die deze hype in de wereld brachten.


Eglash concludeert dat deze 3 manieren van toe-eigening geen hierarchie, evolutie of waardeoordeel kennen. Hij benadrukt ook dat er geen ethisch voordeel is in de toe-eigening op zich. Tot slot wijst hij op het belang van het wegnemen van de obstakels in zowel het wetgevend kader als de acties die bedrijven nemen op toe-eigening mogelijk te maken, maar ziet hij ook een rol voor onderwijs en het toegankelijk maken van technologische hulpbronnen en materlalen.

Terugkijkend op de eerder aangehaalde barrieres kunnen we concluderen :

(1) hybride structuren het natuurlijke en artificiele verenigen,

(2) community gedreven en dus open ontwikkeling en innovatie moeten stimuleren

(3) de ontwerper en ingenieur kunnen we opleiden om toe-eigening als een volwaardig doel in het ontwerp te beschouwen.

Francesca Ostuzzi schreef haar doctoraat over open ended design en het leven van een object na het ontwerp. Stuart Brand omschrijft in How Buildings Learn hoe een gebouw tot leven komt na oplevering door de architect. Christopher Alexander ontwikkelde al in de jaren 70 met The timeless way of building en A pattern Language een kijk op stadsontwikkeling vanuit een open patronentaal die zich flexibel aanpast door gebruik en tijd.

Wil je meer weten over hoe wij in Timelab ons gebouw als open en flexibel ontwerp zien: Redefining cultural space (link). en 'link video bouwmeester' en hoe de installatie in de Knotfactory (Reshaping industry) eveneens beantwoordt aan de principes van Open Hardware.

Tot slot maken we een kanttekening over het belang van een evenwicht tussen afhankelijkheid en onafhankelijkheid door toe-eigening. Onafhankelijkheid is cruciaal om kansen te creëren en nieuwe inzichten te genereren, afhankelijk is dan weer belangrijk in het consolideren en institutionaliseren van verandering. We benadrukken het belang van beide in wederkerigheid.

Reshaping Industry

De Knotfactory is een lokale, korte keten, open source, bio-based productie netwerk

Hoe kunnen we circulaire bouwmaterialen maken op basis van bio-gebaseerd afval? Eigen aan deze stromen is dat ze onzuiver en onvoorspelbaar zijn. De Japanse Duizendknoop is zo een plant. Bovendien is deze onderhevig aan de wetgeving op invasieve exoten waardoor deze met vorozichtigheid benaderd moet worden. Deze plant is voor de knotfactory het symbool voor de problematiek van de circualire bio-based materiaal industrie waar we nog al te vaak met lange ketens en externaliteiten te maken krijgen. 

Het knotfactory businessmodel is daarom gebaseerd op minimale logistieke bewegingen, minimale stock en maximale varieteit in mogelijke materialen gemaakt op een aanpasbaar en modulair productieproces. 

In de knotfactory wordt momenteel plaatmateriaal (knotplex) en koorden (knottex) gemaakt, maar de nadruk van ligt op het opzetten van verschillende 'knots' in Vlaanderen waar op basis van gedeelde kennis en open productie systemen verschillende materialen lokaal worden gemaakt op basis van de lokale noden.

In Timelab vind je de basis opstelling van de productie voor knotplex waar verschillende kunstenaars mee in dialoog gaan. 

2014 - Lisa Ma wees op de mogelijkheden van de Japanse Duizendknoop als hulpbron

2019 - Wendy Van Weynsberghe  maakte een interactieve open source installatie met de koorden. Wil je deze zelf maken? Op GitHub vind je de code.

2020 - Lies Van Assche (Doek vzw) refelcteert samen met nieuwkomers over de status van een exotisch specimen.

2021 - Kristof Vrancken geeft een andere kijk op de plant in zijn boek en fotografie van de plant. 

Een stukje historiek:

Open source, hell yes!

Oh ja, we waren radicaal: open source is de manier waarop we werken. Dit was ongetwijfeld de sleutel om de dynamiek van de makersgemeenschap te begrijpen. Geen twijfel over de waarde. Een van de oprichtende bestuursleden was Dries Buytaert (oprichter en ceo van Drupal / Aquia), die ons veel heeft geleerd over de manier waarop open source kan werken en hoe bijdragers, freeriders en masters worden gedefinieerd. De ontwikkeling van open source software was een enorme inspiratiebron. De manier waarop R&D is georganiseerd, de manier waarop eigenaarschap wordt gedefinieerd en de manier waarop bijdrage wordt omgezet in sprints en ontwikkeling van het kernproduct. Door de makerspace omgeving duurde het niet lang voordat er veel concepten voor open hardware ontwikkeld werden. We noemden ze repareerbare machines. Lieven Standaert en Kurt Van Houtte bouwden een enorme open CNC-machine voor ons lab en produceerden een modulaire, verstelbare, herstelbare en draagbare CNC die in een mum van tijd hun weg vonden in Australië en Afrika in nog betere en geoptimaliseerde versies. Het heet Forking wanneer een open product zich in verschillende richtingen begint te ontwikkelen. Maar wat betekent het in termen van eigendom, verantwoordelijkheid en verhandelbaarheid?

Al heel vroeg in ons organisatieleven ontmoetten we Thomas Lommée die bezig was met het opbouwen van zijn open structuurplatform. Als ontwerper waardeert hij de esthetiek meer dan als ingenieur, die vooral wil dat het product kan worden gerepareerd. In het geval van Open Structuur werkte Thomas aan een set van afspraken waarin het product kan worden gekopieerd en geproduceerd. Forking is dus niet mogelijk.

foto: Eugenia Morpurgo - Another Shoe

Voorbij het object

Hoewel in eerste instantie de productie en het materiaal van de objecten de focus leken te zijn voor onderzoek, werd al snel duidelijk dat we een systemische aanpak nodig hadden. Met het project HAP, een samenwerking met ROOFFOOD waarin social designer Karen van der Perre een logistiek plan ontwierp voor het bezorgen van lunch aan kantoren in de binnenstad op basis van een principe dat we 'de melkboer' gingen noemen. De melkboer komt elke week, op hetzelfde uur, langs, haalt lege flessen en levert nieuwe melk aan de deur. Geen tijdige levering, maar een netwerk op basis van vaste stops en een langer contract. Het systeem van stops, elk ‘eigendom’ van het bedrijf waaraan we leverden, werd de basis van een logistiek systeem dat ook andere goederen kan vervoeren. Elke vrijdag om 11 uur. Door de toewijding aan de ‘route’ kreeg het bezorgbedrijf ook directe feedback van en een relatie met de klanten, die partners werden. Deze routinematige aanpak heeft ons perspectief op de markt van individuele snelle leveringen, vaak omschreven als de behoefte of vraag van klanten, totaal veranderd.
 

Hoewel in eerste instantie de productie en het materiaal van de objecten de focus leken te zijn voor onderzoek, werd al snel duidelijk dat we een systemische aanpak nodig hadden.


Een gedecentraliseerde fabriek

Door de manier waarop Open Source werkt te analyseren en met de ervaring van HAP en de makersgemeenschap, kwam het model van Knotfactory tot stand. Maar eerst waren onze ogen allemaal gericht op het internationale landschap en op wat er in andere landen gebeurde. Er is een nieuwe onderzoeksgroep ontstaan ​​met het P2P-netwerk waar wij deel van uitmaken. Cosmolocalism is het concept waarbij globale kennis wordt overgedragen naar een lokale context en terug. Het netwerk van Multifactories werd ook een inspiratiebron om een ​​blauwdruk op te zetten voor een businessmodel voor lokale, gedecentraliseerde productie in samenwerking met bio- en sociale economie. In 2020, na 10 jaar de kern van het onderzoek naar lokale productie te hebben gedefinieerd, kregen we financiële steun van de Vlaamse overheid, VLAIO, om een ​​praktijkonderzoek en prototype op te zetten voor Knotfactory, een gedecentraliseerd productiesysteem voor producten gemaakt in het Japanse Duizendknoop.

De knotfactory is de bundeling van vele iteraties in de ontwikkeling van producten uit Japanse Duizendknoop. Wat begon met een onderzoeksstage van Henri Goeminne geinspireerd door kunstenaar Lisa Ma, werd later verder ontwikkkeld in samenwerkingen met burgers, onderzoekers, bedrijven om tot slot te komen tot een flexibel productiesysteem voor verschillende producten op basis van de Japanse Duizendknoop.